PREKEN VAN DE DOMINICAANSE GEMEENSCHAP TE HUISSEN: Paastijd 201 (A)


Paaswake:
19 april 2014, Henk Jongerius OP

Vanouds werden in de nacht van Pasen de geloofsleerlingen gedoopt nadat zij gedurende de veertigdagentijd waren zij onderricht in de geheimen van het geloof en in deze nacht hoorden zij, net zoals wij, in de Schriftlezingen nog eenmaal de grote verhalen van Gods omgang met ons mensen om zich daarna te laten onderdompelen in het water.
Zij en wij hoorden van een God die mensen op drie verschillende ma-nieren ‘roept’: in het grote scheppingslied wordt er uit de chaos en ongeordendheid van onze wereld licht en ruimte gemaakt voor al wat adem heeft en wordt de mens met name geroepen om tot zijn be-stemming te komen, om de wereld te bewonen in goedheid en als partners van God en herders van elkaar.
Daartoe worden wij weggeroepen uit een bestaan dat ons telkens weer tot slaven maakt van valse goden en machten. Wij worden weg-geroepen uit een leven dat getekend wordt door angst en geweld waardoor mensen gekleineerd worden en niet tot hun recht komen. In het verhaal van IsraŽl en dat van ons horen wij van de uitgestoken hand van God die ons niet aan ons lot overlaat maar telkens weer een perspectief van vrijheid opent.
Uit alle vormen van dood en uitzichtloosheid wordt er een nieuwe geest over ons uitgeroepen die ons doet herleven in de vrijheid van de kinderen Gods, weg uit het tranendal van onderdrukking en naam-loosheid.
Die drie manieren waarop God roept verschijnen ons in levende lijve in de man uit Nazareth die geheel en al leeft in die aanspraak van God en al doende de stem

en de aanwezigheid van God in onze wereld is geworden, de mens naar Gods hart, de nieuwe Adam. In die mens horen wij tot op vandaag het roepen van God die mensen zoekt om hen in geluk en vrede te doen wonen. En in dat leven in goedheid en gerechtigheid brengen wij in woord en daad eer en dank aan God: dat is de ware eredienst die ons past, zoals de apostel Paulus ons leert.
Wie zich laat dopen betuigt in stille eerbied dank aan de Eeuwige die ons met name roept en wordt ondergedompeld in de Geest, ontvangt de levensadem van de Eeuwige en wordt een nieuw mens! Hij wordt net zoals Jezus opgewekt uit een doods bestaan en herboren tot een nieuw leven.
Ieder wie zich laat dopen verklaart zich tot bondgenoot van allen die proberen te leven voor Gods aangezicht.
Wij mogen ons vannacht verheugen over een klein kind dat toonbeeld voor ons wordt van dit nieuwe leven en van een volwassen man die de weg van Jezus heeft gevonden en daar dankbaar en stoer voor wil uitkomen. Het is ook een vreugde voor ons allen omdat wij met elkaar ons weer mogen uitspreken voor een God die ons roept om mens zijn, die ons wegroept uit alles wat slavernij en onderdrukking brengt, en een nieuwe levensadem over ons uitroept die ons voorgoed doet vertrouwen op de Stem die ons zoekt en roept.
Laten wij dat vertrouwen voor elkaar uitspreken in het belijden van ons geloof en zo ten volle delen in de vreugde van deze nacht!

Pasen: Handelingen 10,34-43; Johannes 20,1-9
20 april 2014, Antoon Boks OP

Heel wat mensen hier aanwezig weten, dat een bril van Hans Otte totaal iets anders is dan een bril van Hans Anders. Hiermee probeer ik duidelijk te maken dat: de verkondiger Paulus en Mattheus anders zijn dan de verkondiger Johannes. Een romanschrijver schrijft niet op dezelfde manier als een geschiedenisprofessor. Toch lopen er nog steeds mensen rond op Gods aardbodem, ook in Hollywood, die denken, dat de Bijbel gelezen moet worden als een geschiedenisboek of als een roman. Zou het soms zo kunnen zijn, dat toen de schrijver van het Evangelie volgens Johannes de tekst schreef, die we vandaag gehoord hebben, vond, dat er geschreven moest worden over die goede boodschapper van de apostelen: Maria van Magdala en dat er eerherstel moest worden gegeven aan haar die in andere teksten samen met andere vrouwen er maar bekaaid van af was gekomen.
Dit verhaal gaat net als zoveel andere over genade. Die kan zegevieren over kwaad en dood. Wij, Nederlanders, zijn mensen die graag de handen uit de mouwen willen steken. Door hard werken en vastberadenheid hebben we indrukwekkende resultaten geleverd.
Maar hoe vaak we het ook proberen: we kunnen de dood niet verslaan. Dat is Gods werk. God heeft gedaan wat eigenlijk niet kon: Jezus verrees en Maria van Magdala heeft het gezien en was zo verstandig om het niet voor zich zelf te houden. Zij verkondigde het. Petrus en Johannes zagen niets meer dan het lege graf; er waren daarin wel een paar aparte dingen te zien en daardoor kwam in ieder geval Johannes zover, dat hij neerschreef, dat hij geloofde, maar ze werden nog geen predikers van de blijde boodschap, dat Jezus verrezen was. Dat werd pas een feit, nadat Maria de Heer in de tuinman had gezien en Hem herkend had.
Ook bij haar was het niet van een leien dakje gegaan: tweemaal kreeg ze te horen: “Vrouw, waarom huil je”, (in het Grieks: tweemaal hetzelfde eenmaal van twee engelen en eenmaal van de tuinman. Dat was kennelijk niet genoeg, want pas toen ze “Maria” hoorde uit de mond van die ‘tuinman’, had ze in de gaten, dat het haar Heer was. Soms duurt het even voor de puzzelstukjes op hun plaats vallen. We leven vandaag in een wereld die anders is dan vijftig jaar geleden en heel anders dan bijna tweeduizend jaar geleden. Nu is het soms moeilijk om te praten over de waarheid want we willen allemaal politiek correct spreken als het gaat over nationale, economische en raciale vraagstukken. Vijftig jaar geleden leken de mensen zich niet zo verlegen te voelen als ze gelovigen waren. Toen zeiden weinig mensen dat zij atheÔsten waren of niet meer behoorden tot een geloofstraditie.
Nu zijn de rollen eerder omgedraaid. Mensen zijn nu minder verlegen om te zeggen, dat ze niet of niet meer geloven en, zo lijkt het, zijn wij, gelovigen, in het defensief, behalve als het gaat over een Tv-programma als ‘The Passion’. Misschien worden we wel naÔef gevonden als we zeggen dat we geloven in een herrezen Verlosser en in leven na de dood. Mensen bewonderen ons nog wel om onze charitatieve werken, maar om ons ‘geloof in de opstanding’? Vergeet het maar.

De tuinman die door Maria als Jezus herkend werd, gaf haar de opdracht, die ook voor ons nog steeds klinkt: “Ga naar mijn broeders en verkondig dat ik verrezen ben”. Of Jezus naar Galilea zou zijn gegaan of opgestegen naar de Vader maakt niet uit. Jezus is ‘uit de doden opgewekt.’ kerk met een blijde boodschap zijn. Elke gedoopte christen heeft dezelfde rol als Maria, de vrouwen en de apostelen uit de andere verhalen. We hebben een blijde boodschap te verkondigen, dat Jezus is verrezen, dat de dood niet het laatste woord heeft. Ondanks het feit dat sommige van onze moderne buren ons soms vreemd aankijken, hebben we nog steeds de opdracht om te getuigen van ons geloof in de verrezen Heer door onze daden en woorden. Op vele en uiteenlopende manieren mogen we in ons leven ons geloof laten zien, dat we vandaag belijden: "Christus is gestorven. Christus is opgestaan. Christus zal terugkomen."
Nu ga ik helemaal bazelen: Was het graf niet leeg geweest en hadden we het lichaam van Jezus nog steeds ergens kunnen vinden, dan zouden Maria en de andere vrouwen bij het graf, bedroefd persoonlijke herinneringen aan hun dode leraar hebben kunnen uitwisselen en waren ze daarna met de apostelen en de andere leerlingen teleurgesteld en verdrietig teruggegaan naar hun oude leven met de resten van hun vervlogen hoop; dan hadden we te doen met de dood van een geliefde en zoals het gaat in het gewone leven: de doden zijn er niet meer. Het leven moet verder gaan zonder hen. Als overledenen hebben geleden, dan zijn wij opgelucht dat ze niet meer hoeven te lijden en wij moeten terug naar ons gewone leven en er maar het beste van maken.
Maar voor deze vrouwen en voor ons, is er die tuinman, die we op het getuigenis van Maria van Magdala hebben herkend. Wij gaan niet voorbij aan de boodschap die we hebben gehoord, dat Jezus is verrezen.
De vrouwen, de apostelen, konden niet terug gaan naar hun normale leven. Ook wij die het goede nieuws hebben gehoord mogen het niet daarbij laten, wij mogen het goede nieuws delen met degenen die het nog niet gehoord hebben.
Maar als we geloven, dat Jezus echt is opgestaan, dan moeten we ook serieus nemen wat hij tegen ons zei: “Neem uw kruis en volg me... Voedt de hongerige mensen... Kleed de naakte... Vergeef degenen die jullie beledigen... Word vredestichters... Zie af van wraak... Heb je vijanden lief... Deel je rijkdom met de armen”. Met de lezing van vandaag zijn we bijna aan het einde van het Evangelie volgens Johannes. Nu Christus is opgestaan kunnen we steeds weer opnieuw luisteren naar wat Jezus zei tegen zijn leerlingen en wij hoeven niet bang te zijn om dat te doen en het verder te vertellen. Hoe kan ik het leven dat Jezus me vraagt om in de wereld te verwerkelijken werkelijkheid laten worden? Om eerlijk te zijn: ik heb niet altijd genoeg moed om me te onderscheiden van de meerderheid en net als Christus te zijn. Ik heb hulp nodig! Door Jezus’ verrijzenis is die hulp voor mij en hopelijk voor ieder van ons steeds aanwezig. Amen.